Een opvallend voorbeeld van wat het groeiende aantal patiëntenstops teweegbrengt, is dat van een 88-jarige dementerende vrouw uit Brasschaat. Na het pensioen van haar huisarts werd ze ‘huisartsloos’. Haar mantelzorgers/buren plaatsten uit wanhoop enkele maanden geleden een zoekertje: ‘huisarts gezocht’ met hun gsm-nummer erbij. Hoe vergaat het haar?
We belden de buren in kwestie. Het koppel, dat nog altijd voor de vrouw zorgt, betaalde voor het zoekertje een bedrag van 150 euro uit eigen zak.
De noodkreet had succes: een gepensioneerde huisarts - dr. Johan Willemse - reageerde en bezoekt haar nu op geregelde tijdstippen. Een mooi gebaar maar ten gronde slechts een fragiele oplossing die afhangt van de persoonlijke belastbaarheid van een gepensioneerde collega. Ze biedt geen structurele garantie. “Als mensen al een annonce moeten plaatsen om een huisarts te vinden, is het ver gekomen”, vertelde dr. Willemse, zelf niet eens van Brasschaat, destijds in De Standaard. “Het was familie uit Brasschaat die me op het zoekertje attent maakte. Ik vind persoonlijk dat iedereen het recht heeft op een huisarts, maar blijkbaar was er niemand bereid om op regelmatige basis op huisbezoek te gaan. Dat frappeert mij wel. Dus doe ik het maar, en combineer ik het met een bezoekje aan mijn familie daar.”
Deze casus illustreert de ernstige continuïteits- en toegankelijkheidsproblemen in de eerstelijnszorg, in het bijzonder voor kwetsbare, thuiswonende geriatrische patiënten.
Hogere druk op tweede lijn
De vergrijzing maakt de situatie nog nijpender. Door wijdverspreide patiëntenstops bij alle lokale groepspraktijken en een gebrek aan beschikbare capaciteit op het regionale zoekplatform blijkt het almaar moeilijker om binnen de reguliere kanalen een nieuwe huisarts te vinden. Het voorbeeld wijst verder op de rol van het informeel netwerk: de patiënte woont nog zelfstandig, heeft geen kinderen en haar verdere familie weigert ondersteuning te bieden.
Of: hoe het wegvallen van formele medische zorg direct een zware, niet-medische druk legt op de directe omgeving. En dat terwijl een huisartsenwachtpost en een ziekenhuis (AZ Klina Brasschaat) amper op 3 kilometer afstand liggen.
Tegelijk vormt de logistiek rond een dementerende patiënte een onoverkomelijke barrière voor de mantelzorgers. “Bij acute problemen of noodzakelijke specialistische zorg (zoals oog- of tandheelkunde) zien we ons vaak genoodzaakt om rechtstreeks contact op te nemen met het ziekenhuis of de spoed”, laten de buren ons weten. Zo verhoogt dus onnodig de druk op de ketel van de tweedelijnszorg. Er werd intussen wel de site Huisartszoeker.be opgericht om patiënten te helpen om praktijken met vrije plaatsen te vinden, maar dat is geen mirakeloplossing.
Uitval om diverse redenen
Goed beleid gaat uit van correcte cijfers om problemen aan te pakken. Veel te laat wordt er nu wel werk van gemaakt om de systematisch onderschatte Riziv-cijfers bij te sturen. Een gezamenlijk geactualiseerd onderzoek van Domus Medica en de huisartsenkringen vorig jaar wees al op een structurele overschatting die lokaal kan oplopen tot 30%.
Voor cardioloog Lieve Van Ermen (Vlaams Artsen Verbond), is de maat vol. Vooral omdat ze in haar omgeving diverse artsen kent die uitvallen nadat ze 20 tot 25 jaar als arts gewerkt hebben. “Ik ken een radioloog die stopt met zijn carrière en Botox-injecties geeft om als “zelfstandige“ te gaan werken in een commerciële reflex. Hij is wellicht de wachten en toestanden beu in de ziekenhuizen. Ik heb ook weet van een jonge anatomopathologe die wil stoppen… om een luxeschoenwinkel te beginnen. Of een tandarts die zijn zetel en kabinet vaarwel zei en in de tandpasta-business stapte.”
Tal van redenen leiden tot de grote uitval uit het beroep. Ze snapt dan ook dat de Vlaamse regering de strenge federale artsenquota aan haar laars lapt. De meest verfijnde expectatieve modellen die nu circuleren zullen volgens haar altijd botsen met de realiteit.








