Suikerhoudende dranken worden al lange tijd in verband gebracht met cardio-metabole risico's, maar een nieuwe analyse belicht hun mogelijke invloed op de geestelijke gezondheid van jongeren en onthult een zorgwekkend verband tussen een hoge suikerconsumptie en angstsymptomen.
Een studie uitgevoerd door een team van de Bournemouth University (Engeland) en gepubliceerd in het Journal of Human Nutrition and Dietetics benadrukt een significant verband tussen de consumptie van suikerhoudende dranken en angstsymptomen bij adolescenten. Angststoornissen, waaraan bijna een op de vijf jongeren lijdt, zijn een belangrijke bron van psychologisch leed en een groot probleem voor de volksgezondheid. Hoewel de metabole effecten van gezoete dranken – met name op obesitas, insulineresistentie en het risico op kanker – goed zijn gedocumenteerd, is hun invloed op de geestelijke gezondheid nog niet goed onderzocht.
Het team onder leiding van Dr. Chloe Casey, Senior Lecturer in Nutrition, analyseerde de resultaten van een reeks observationele studies naar de consumptie van dranken met veel toegevoegde suikers, waaronder frisdranken, energiedranken, gezoete vruchtensappen, siropen, gezoete thee of koffie en gearomatiseerde melk. Uit de analyse blijkt dat een sterke consumptie van die dranken is geassocieerd met een verhoogde prevalentie van angstsymptomen, ongeacht geslacht of sociaaleconomische achtergrond.
De auteurs benadrukken dat die correlatie geen direct oorzakelijk verband impliceert. Er worden verschillende mogelijke verklarende mechanismen voorgesteld:
• De combinatie van een aanzienlijke suikerconsumptie met een minder gezonde levensstijl (sedentaire levensstijl, verstoorde slaap, dieet met weinig voedingsstoffen).
• Een psychologisch retroactief effect, waarbij angst mensen aanmoedigt om troost te zoeken in suikerhoudende dranken.
• De invloed van mediërende factoren zoals slaapkwaliteit, regelmatige maaltijden en familiale ondersteuning.
Vanuit neurobiologisch oogpunt opperen de onderzoekers de mogelijkheid dat de snelle schommelingen in de bloedsuikerspiegel en de dopaminerge stimulatie door suiker bijdragen aan het in stand houden van een toestand van fysiologische activatie die ongunstig is voor de emotionele stabiliteit. Die observaties ondersteunen het idee dat regelmatige consumptie van suikerhoudende dranken de kwetsbaarheid voor stress en angst zou kunnen vergroten, vooral tijdens de adolescentie, een periode waarin de neuroplasticiteit nog groot is.
De auteurs pleiten er daarom voor om de psychologische dimensie op te nemen in het preventiebeleid op het vlak van voeding, naast de metabole aspecten alleen. Het terugdringen van de consumptie van suikerhoudende dranken zou een toegankelijke strategie kunnen zijn om de geestelijke gezondheid van jongeren te verbeteren en de toename van angststoornissen bij deze populatie te beperken.








