In ‘Wachten’, zijn afscheidstestament, beschrijft psychiater Dirk De Wachter hoe onze samenleving steeds onrustiger wordt omdat de consumptiemaatschappij ons voortdurende verwachtingen oplegt. Gebrek aan erkenning – ook bij zorgverleners – ondermijnt motivatie en welzijn, meent hij. Daarnaast wijst hij op de verschraling van zorg door administratieve lasten en schermwerk.
De Wachter gebruikt wachten als metafoor voor het leven én voor goede zorg. Afgelopen weekend interviewde De Standaard hem over zijn boek. Tegenover het dominante ‘ikkige’ en doelgerichte denken plaatst de psychiater verbinding, geduld en openheid voor wat zich aandient. Een thema dat als een rode draad doorheen zijn werk loopt. Zin ontstaat niet door optimalisatie of controle, maar door relaties en door onvolmaaktheid te verdragen. Het leven is nu eenmaal soms lastig, traag en teleurstellend; het idee dat het aardse bestaan een permanent paradijs moet zijn, is een bron van lijden.
Hij noemt zichzelf een ‘gedulddokter’. In de geneeskunde staat wachten met aandacht onder zware druk door economisering, tijdsdruk, protocollering en hoge verwachtingen van patiënten, stelt hij. De Wachter waarschuwt voor een consumptiemodel van zorg waarin problemen snel ‘opgelost’ moeten worden: in enkele sessies, met medicatie, met meetbare uitkomsten. Vooral in de psychiatrie – maar ook daarbuiten – is dat vaak een illusie. Veel genezing vraagt tijd, nabijheid en het verdragen van onzekerheid.
Kritisch voor beleidsdruk
Als psychiater beklemtoont hij het belang van watchful waiting: aanwezig blijven, luisteren, ruimte laten zodat patiënten zelf tot inzicht of verandering kunnen komen. Dat is geen pleidooi voor passiviteit of nalatigheid. Soms is ingrijpen noodzakelijk, maar even vaak loont het om niet meteen te handelen. “Veel goede zorg gaat over geduld uitoefenen.” Ook bij burn-out en langdurige uitval pleit hij voor waakzaam tijd geven, zonder patiënten te isoleren of hen te reduceren tot prestaties of activering.
De Wachter is kritisch voor beleidsdruk die artsen dwingt om terugkeer naar werk te forceren zonder voldoende oog voor de realiteit van patiënten. Tegelijk erkent hij dat werk zinvol en verbindend kan zijn, op voorwaarde dat er erkenning is. “Ik begrijp dat Vandenbroucke moet uitzoeken wat er aan de hand is. We moeten vooral fundamenteler nadenken over de betekenis van werken. Werken lijkt nu soms een te mijden activiteit - alleen maar noodzakelijk om geld te verdienen, zodat je de weekends en je pensioen zo genietend mogelijk kunt invullen. We vergeten dat werken ook heel vervullend kan zijn.” Gebrek aan erkenning – ook bij zorgverleners – ondermijnt motivatie en welzijn.
Daarnaast wijst hij op de verschraling van zorg door administratieve lasten en schermwerk. Artsen en verpleegkundigen besteden steeds minder tijd aan datgene waarvoor ze kozen: menselijk contact. Ze “brengen vandaag meer tijd door met lijstjes afvinken op een scherm dan met waar we echt voor gekozen hebben: de zorg voor de patiënt.”
Technologie kan ondersteunen, maar kan echte zorgrelaties niet vervangen.
Ten slotte waarschuwt hij voor een overdreven klemtoon op zelfzorg en individualisme. In kwetsbaarheid hebben mensen vooral nood aan anderen die er zijn. Voor artsen luidt de boodschap dat ze niet de enige steunfiguur moeten willen worden, maar patiënten dienen te helpen om hun netwerk (opnieuw) te activeren. Zorg is fundamenteel relationeel.
Niet alles is volgens de bekende psychiater maakbaar of oplosbaar. Soms is blijven, wachten en verbinden de meest wezenlijke vorm van zorg.
Paradox
Hij merkt dat de jonge generatie nadenkt over de balans tussen carrière en gezin en overconsumptie. Jonge artsen vinden werk en engagement belangrijk, “maar willen daarin ook andere waarden verweven. Mijn vrouw ziet bijvoorbeeld dat haar jonge collega-huisartsen meer aandacht besteden aan werk en leven. Dat biedt perspectief.”
Anderzijds: “De oudere huisartsen in mijn dorp namen nooit vakantie, waren het hele weekend bereikbaar, kwamen 's nachts altijd uit hun bed en hadden géén burn-out. Terwijl de jonge generatie die een nieuw evenwicht zoekt, wél burn-outs kent. Ik zie het als een overgang naar een nieuw paradigma. Als een kraken van de tektonische platen, met veel vulkanische spanning.”
Nu hij met emeritaat gaat, is de vraag wat hij zelf nog van plan is om te doen. Hij heeft geen bucketlist, zeker na zijn gezondheidsproblemen. “Ik wil nu even met rust gelaten worden en dan zien we wel. Dat komt er misschien wel weer iets. Of niet.”
- Dirk De Wachter, ‘Wachten, een levenshouding’, Lannoo Campus, 153 blz.
- EAN 9789020999655. Prijs: 24,99 euro. (e-book: 13,99).









Laatste reacties
Marc DE MEULEMEESTER
05 januari 2026“ What’s in a Name “ De Wachter , maar je diagnose klopt !
Aanbevolen literatuur !