Het Hof van Cassatie verwierp vorige week het beroep van een huisarts uit Eeklo die uit zijn ambt was ontzet. De arts werd eerder in eerste aanleg en ook door het hof van beroep veroordeeld, volgens beide hoven omdat hij grote hoeveelheden verslavende medicatie voorschreef aan een patiënte met wie hij een relatie wilde aangaan. Cassatie oordeelt nu dat die veroordeling juridisch correct was. De huisarts laat het daar niet bij.
De arts stapte dus nog naar het Hof van Cassatie om ook de uitspraak in beroep aan te vechten. Daar werden geen juridische fouten gevonden, waardoor het beroepsverbod behouden blijft volgens Cassatie vorige week. De arts mag zijn ambt 10 jaar niet uitoefenen.
De patiënte van de huisarts kampte al jaren met een zware alcohol- en medicatieverslaving. Medicatie die ze ook voorgeschreven kreeg door de huisarts. Volgens de familie zouden de ouders in 2019 geprobeerd hebben om haar te overtuigen dat ze zich zou laten opnemen, maar dat zou de huisarts niet nodig gevonden hebben. Nog datzelfde jaar maakte ze een einde aan haar leven.
MediSfeer sprak met de arts in kwestie op de dag dat Cassatie een oordeel velde. Hij blijft zich nog steeds strijdvaardig opstellen en vindt de straf disproportioneel. “Ik trek naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tegen parket en Justitie wegens "het niet volgen van de basisbeginselen van de Rechtspraak", licht hij toe.
KB 79
Hij verwijst daarbij onder meer naar een recent artikel van dr. Paul Cosyns over het medisch tuchtrecht in België, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Psychiatrie (1). Daarin schrijft dr. Cosyns onder meer dat het domein van de medische praktijkvoering de voorbije decennia uitgebreider werd en in toenemende mate wettelijk geregeld wordt met nieuwe controle-instanties. De Orde behoudt haar deontologische bevoegdheid, maar dient rekening te houden met de wettelijke bevoegdheden van deze instanties.
Het bewuste artikel besluit dat zowel de Orde der artsen als de politieke overheid het erover eens zijn dat de wet van 1967 (KB 79) herzien/herschreven en geactualiseerd moet worden, maar dat geen enkel ingediend wetsvoorstel het tot nu toe haalde. “Er is vooral meer behoefte aan meer multidisciplinaire samenwerking, meer openheid en meer transparantie.” Het artikel belicht ook dat het medisch tuchtrecht in België anders geregeld is dan in Nederland. Op basis van het artikel zou een schorsing voor dergelijke zaken maximaal twee jaar mogen duren en geen tien jaar.
De huisarts blijft dus overtuigd van zijn gelijk.
Onderzoeksrechter
Hij wijst er bovendien op dat de onderzoeksrechter de zaak ten ontlaste niet onderzocht heeft, en men bijgevolg het dossier diende te seponeren wegens juridisch niet correct. “Een onderzoeksrechter is verplicht om zowel belastende als ontlastende elementen te onderzoeken, wat hier nagelaten is.”
Ook meent hij dat er sprake is van valsheid in geschrifte. Hij werd immers aangeklaagd voor 91 afgeleverde voorschriften voor antidepressiva, slaappillen en pijnstillers, daar waar het in werkelijkheid volgens hem om 27 voorschriften ging. “De procedure liep al vanaf het begin mank, beginnend bij de oproep van de politie waarbij ik met mijn drukke praktijk slechts drie dagen de tijd kreeg om mij te melden. Ik had al onvoldoende tijd om een advocaat te regelen, zeker omdat de oproep op een vrijdagavond binnenkwam.” Verder betwist hij de procedure rond de tegenexpertise, “aangezien de deskundige door het gerecht werd gekozen zonder dat beide partijen hiermee instemden.”
Het Openbaar Ministerie vond dan weer dat de arts zijn plicht niet had gedaan.
Financiële en emotionele weerslag
Dat dit geval de huisarts (64) zeer hoog zit en dat hij er alles voor over heeft om hier gelijk te krijgen, mag duidelijk blijken uit het feit dat hij nu op nul euro inkomen terugvalt omdat hij nog van geen pensioen kan genieten. Een uitspraak van het EHRM kan ook lang op zich laten wachten.
Eerder wees hij in een getuigenis op de emotionele weerslag van deze onverkwikkelijke geschiedenis: “Deze ervaring heeft me diep geraakt, zowel professioneel als menselijk. Ze toont aan hoe kwetsbaar onze positie als arts kan zijn, wanneer medische zorg, menselijke betrokkenheid en juridische verantwoordelijkheid op pijnlijke wijze botsen.”
De arts beklemtoonde tot slot dat hij zich niet uit zijn beroep laat zetten, ondanks de inmiddels uitgesproken schorsing.
(1) Tijdschr. Psychiatr. 2024;66(8):457-460.
> Huisarts veroordeeld omdat hij te veel medicatie voorschreef
> Huisarts kwetsbaar in gerechtelijke procedures (getuigenis)
> "Beroepsverbod is persoonlijke afrekening"








