Op het Young Researcher Congres rond Alzheimer in Lamot in Mechelen hebben onderzoekers vrijdag de nood aan een veel vroegere diagnose en screening van de ziekte geuit. Dat is volgens hen essentieel om de recente wetenschappelijke vooruitgang ook effectief te vertalen naar betere zorg voor patiënten.
"Wanneer een arts merkt dat iemand cognitieve defecten vertoont, betekent dat dat de ziekte moleculair al een paar decennia bezig is in de hersenen", zegt professor Wim Annaert van onderzoeksstichting Stop Alzheimer. Volgens hem kunnen de eerste veranderingen in de hersenen al optreden rond de leeftijd van 40 à 45 jaar, terwijl de diagnose vaak pas op latere leeftijd volgt. Die lange 'stille fase' maakt dat ingrijpen vaak te laat komt, ook als er steeds effectievere therapieën op de markt komen.
Net daarom ligt de focus in het alzheimeronderzoek steeds vaker op vroege detectie. "Daarvoor moet je signaalmoleculen vinden, om een screening van de bevolking te kunnen doen om te achterhalen wie aanleg vertoont om de ziekte te ontwikkelen", aldus Annaert. Hij vergelijkt het met bestaande screeningsprogramma's voor kanker, al staat het alzheimeronderzoek nog lang niet zo ver. "We hebben al biomerkers gevonden, maar we moeten er nog vinden, of een combinatie van verschillende, in bloed of serum", zegt hij. "Bij darmkanker beschikt men bijvoorbeeld over heel duidelijke merkers en een eenvoudige diagnose, daar zitten we nog niet."
Tegelijk groeit het besef dat Alzheimer een complexe aandoening is, veroorzaakt door een combinatie van factoren. Dat maakt screening uitdagend, maar volgens Annaert toch noodzakelijk. "Als we mensen vroeg genoeg kunnen identificeren, ontstaat voor het eerst het perspectief om de ziekte te voorkomen of zelfs te stoppen, in plaats van enkel af te remmen", zegt hij.
Onderzoekers hopen dat verdere vooruitgang in biomerkers en screeningstechnieken de komende jaren de deur opent naar een meer preventieve aanpak van Alzheimer.








